De patstelling - wanhoop

Abstract symbool op het strand als symbool voor wanhoop en het verlangen om te ontsnappen

In het holst van de dag, in een gloednieuw kantoor, wanhoop. Letters op het beeldscherm, zaken in kasten. Wat doe ik hier? Ik hou het niet vol.
Niet nog een dag.

De eeuwige gevangenis van herhaling. Ik wil weg, maar ik kan niet weg. Geld. Kan ik iets bedenken om het op te lossen? Ik wil alles behalve dit voelen. Als ik kon springen, zou ik springen. Maar ik zit vast. Ik zou wel willen schreeuwen.

Ik ben bang voor deze zinnen. Ik kijk ze liever niet aan. Straks worden ze waarheid. Ik schrijf liever over iets anders: poëtisch, over de liefde of de natuur. En toch typen mijn vingers deze woorden. Alsof ik hoop op een oplossing waarvan ik niet geloof dat die bestaat. Een ontsnapping aan het onvermijdelijke.

Het gevoel dat we nooit wilden voelen. Mama, toen ze ziek was, toen ze doodging. Ze kon niet ontsnappen, gevangen in haar lichaam. Misschien had ze willen schreeuwen. Ik had ook willen schreeuwen. Ze dronk ijswater uit rode glaasjes om de pijn te verzachten. Ze lachte en zei: ‘Morgen gaat het vast beter.’ Haar lippen waren rood van de lippenstift, de kamer rook naar ziekte.

En nu overvalt het me soms, midden op de dag, als ik werk. Alsof we er nog steeds inzitten en er nooit meer uitkomen. Dan wil ik rennen, alles doen om te ontsnappen. Dan zou ik zo graag iemand anders willen zijn. Ik smeek om een oplossing die ik niet kan - en misschien niet wil - vinden.

Want raak ik haar niet kwijt als de wanhopige situatie eindelijk tot een einde komt? Is het dan niet voorgoed voorbij? Haar hand in mijn hand, haar lach, haar liefde.

Mei 2022

Vorige
Vorige

Mama - liefde

Volgende
Volgende

Onder de sneeuw - angst